Geschiedenis

De (hervormde) Diaconie is vanaf 1575 present in de Haagse samenleving. Den Haag, nu een stad met ruim een half miljoen inwoners en met een nationale en internationale allure, was toen nog een kasteeldorp met weinig samenhang en enkele duizenden inwoners.

De verschillen tussen arm en rijk waren en zijn in Den Haag groot. Tien à vijftien procent van de bevolking leefde onder de armoedegrens – en dat percentage is de eeuwen door vrijwel constant gebleven.

Behalve de directe zorg voor de armen in de eigen gemeenten uitte de betrokkenheid van de Diaconie zich in welzijns- en ziekenzorg, in voorzieningen voor wezen, voor weduwen, alleenstaande jonge moeders en ouden van dagen.

Verandering

Bedéling, meestal in natura, van hulpbehoevenden en de gebouwen waar deze mensen konden worden opgevangen bepaalden eeuwenlang het imago van de Diaconie. Pas met de afbraak van de verzuilde samenleving en de opbouw van de nieuwe sociale voorzieningen in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, kwam in deze beeldvorming en in het werk van de Diaconie verandering. De Diaconie en andere kerkelijke hulpverlening verlieten hun dominante positie in de armenzorg en gingen zich richten op andere taken in een meer moderne vorm en context. Zo verschuift de aandacht van de Diaconie naar diaconaal opbouwwerk in de wijken, het bevorderen van sociale cohesie in de stad, preventie en bestrijding van sociaal isolement van vooral oudere Hagenaars. Daarnaast blijft de individuele hulpverlening vanuit het centrale kantoor aan de Parkstraat en via de diaconale locaties van wezenlijk belang voor Hagenaars die om welke reden dan ook in broodnood verkeren en door de mazen van het welzijnsvangnet vallen.

Hulpverlening

De Diaconie van de Protestantse Gemeente te ’s-Gravenhage (PGG), zoals zij sinds 2004 heet, is met haar unieke achterban nu een van de spelers op het veld van de hulpverlening in Den Haag, samen met gemeentelijke instanties en particuliere, vaak gesubsidieerde organisaties.